Hangjongeren
Mijn dochter wil iedere avond de deur uit om samen met een groepje te 'hangen'. We hebben al een keer de politie aan de deur gehad. Hoe gaan we hier mee om?
Betekenis van hangen
Hangen, positief gezien
Hoewel ´hangen´een negatief imago heeft vindt De Bil, psychologe, dat hangen ook positiever bekeken kan worden. Zij beschrijft dat hangen een bijdrage kan leveren aan veel ontwikkelingstaken die belangrijk zijn bij jongeren in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar. Hangen leidt tot het aangaan en onderhouden van sociale contacten en vriendschappen, het ontdekken van intimiteit en seksualiteit, het vormgeven van een veranderende houding ten opzichte van ouders bij het invullen van de vrije tijd. Hangende jongeren horen van elkaar hoe ze omgaan met ouders, opvoeders en leraren. Daarbij doen ze ideeën op over onderhandelingstechnieken en oefenen die met elkaar en met buurtbewoners, welzijnswerkers en politie. Daar hoort ook grensoverschrijdend gedrag bij. Want hoe kun je experimenteren en grenzen verkennen zonder over grenzen heen te gaan? (De Bil, 2004)Gevoel van onveiligheid
Een thema dat tegenwoordig veel in de media opduikt is dat rondhangen vaak wordt geassocieerd met toename van geweld en criminaliteit in de maatschappij. Het is echter de vraag of uitbarstingen van geweld onder groepen jongeren die op straat rondhangen zoveel toenemen. Wel is duidelijk dat het gevoel van onveiligheid de laatste jaren is toegenomen, terwijl er statistisch gezien niet in elke buurt meer criminaliteit plaatsvindt. In ons land voelde 23,7 procent van de bevolking van vijftien jaar en ouder zich wel eens onveilig. Inwoners van Nederland voelen zich het meest onveilig in situaties waar jongeren rondhangen; 16 procent voelt zich wel eens onveilig in de buurt van hen (CBS 2006). Volwassenen lijken steeds sneller bedreigd en in hun privacy aangetast. Niet alleen door hangjongeren zo blijkt, maar ook door zogenaamde ‘hangouderen’.Mensen ergeren zich tevens aan groepen ouderen in winkelcentra. Dat geldt voor 30 procent van de ondervraagden in een enquête van het Nationaal Fonds Ouderenhulp onder zevenhonderd mensen. Bij jongeren tussen de 15 en 24 jaar is het percentage nog hoger. In die groep zegt 42 procent zich wel eens te ergeren aan ouderen (Eindhovens Dagblad, 12 November 2005). Onderzoek
Complex
Om het rondhangen van de jongeren te verminderen zoeken instanties vaak naar ruimtes die beschikbaar gesteld kunnen worden om deze jongeren onderdak te bieden, zogenaamde ‘hangplekken’. De gedachte hierachter is dat jongeren geen plek hebben om naar toe te gaan en zich daarom gaan vervelen op straat. Jongeren lijken echter de voorkeur te geven aan het doorbrengen van hun tijd op straat, zonder dat er autoriteiten zich met hen bemoeien. Deze tegengesteldheden maken het probleem complex. Ouderen lijken daarbij jongeren niet goed aan te kunnen of durven aan te spreken op hun gedrag op straat. De oorzaak kan mogelijk gezocht worden in het feit dat de controle in deze steeds meer geïndividualiseerde maatschappij is weggevallen. Daarnaast lijken ouderen steeds sneller geïrriteerd te raken door gedrag van jongeren in de openbare ruimte; hun tolerantiegrens voor overlast is laag. Echter, deze jongeren hebben ook ruimte nodig. Zeker jongeren tot een jaar of zestien kunnen nog niet in het commerciële circuit terecht en zijn aangewezen op de buurt. Een gevoel van onveiligheid lijkt sterk samen te hangen met het ervaren van overlast; “Bewoners lijken soms wel erg snel de politie te bellen als ze jongeren in de buurt zien. Een self fulfilling prophecy: als je vaak sirenes in de buurt hoort dan creeër je angst en ga je als omwonende ook sneller de politie bellen als je dezelfde jongeren weer tegenkomt." (Eijsink, 2003)
Bron: www.pedagogiek.net
